Historie

In het jaar 1898 nam de Algemene Vergadering van de Bond van Nederlandse Onderwijzers het besluit een Herstellingsoord voor Onderwijzers te stichten. De keuze voor Lunteren als vestigingsplaats, kwam mede voort uit: de hoge ligging, rustige omgeving, nabijheid van station, voldoende wandelterrein, het dennenbos in onmiddellijke nabijheid waar de zogenaamde lighallen geplaatst konden worden en de schenking van de gronden.

De gronden werden geschonken door de heren Dinger, Van den Ham en de erven van de heer A. van Schothorst. De erven van de heer A. van Schothorst schonken in totaal 1,87 hectare grond aan het Herstellingsoord, het grootste gedeelte van het huidige complex.

Op 30 juni 1900 werd het Herstellingsoord als sanatorium en tuin geopend en in gebruik genomen. Vanaf de start tot 1931 was de Lunterse huisarts W.C. Kimmijser verbonden aan het herstellingsoord. Hij was zeer actief betrokken bij het herstellingsoordwerk. De waardering voor zijn nauwe verbondenheid is vereeuwigd door middel van een plaquette in het waterbassin in de tuin van het herstellingsoord.

Op 29 februari 1932 brandt het herstellingsoord in zijn geheel af. De jonge architect Jan Grijpma uit Oosterbeek valt de eer te beurt om een nieuw herstellingsoord te ontwerpen. Zijn opdracht luidt: ‘een gebouw neer te zetten met de uitstraling van een rustig en vredig tehuis waar men zich als in een gezin voelt opgenomen’.

Het nieuwe herstellingsoord wordt volgens de bouwstijl van de Delftse School gerealiseerd, waarbij vooral de wens van de nieuwe dokter, de heer Gerritzen, om de beide vleugels niet loodrecht, maar schuin op het gebouw te plaatsen wordt ingepast. Dit zodat nagenoeg alle patiëntenkamers een maximaal aan zonlicht kunnen ontvangen. In samenspraak met de architect Jan Grijpma ontwierpen de tuinarchitecten J.W.M. Sluiter en J.P. Fokker de tuinaanleg in Architectonische Tuinstijl binnen de oudere landschappelijke aanleg.

Tijdens de oorlogsjaren heeft de directie van het herstellingsoord er alles aangedaan om de Duitse bezetter buiten het terrein te houden. Op de voor- en achtergevel werden vier grote rode kruizen geschilderd, zodat het herstellingsoord als hospitaal aangemerkt zou worden. Uiteindelijk is het niet gelukt om de bezetter buiten de deur te houden en werd het herstellingsoord alsnog bezet. De sporen van de kruizen zijn nu nog op de gevels zichtbaar.

De eerste uitbreiding van het herstellingsoord vond plaats 1958. Dankzij een legaat van een oud patiënte mevrouw Hempenius werd er een nieuwe vleugel in gebruik genomen voor actieve en passieve recreatie. De nieuwe vleugel werd vernoemd naar de legaatschenkster en ging dus de naam Hempeniusvleugel voeren. Na deze eerste uitbreiding volgden er nog meer uitbreidingen van het herstellingsoord. Zo werd in 1978 de keuken vergroot en in 1980 een administratievleugel aangebouwd. In 1983 werden de zijvleugels uitgebouwd en als laatste werd in 1985 de eetzaal uitgebreid. Al deze wijzigingen hebben het gebouw gevormd tot wat het op dit moment is.

Het herstellingsoord is altijd het eigendom geweest van de Bond van Nederlandse Onderwijzers, totdat de stichting Mens en Samenleving het op 1 januari 1973 overnam. De laatste jaren heeft het herstellingsoord dienst gedaan als centrum voor psychotherapie De Gelderse Roos, dat later de naam Pro Persona ging dragen.

Het herstellingsoord bleef echter eigendom van de Stichting Mens en Samenleving (inmiddels de Stichting Allegoeds), die eind 2012 haar eigendom overdroeg aan De Bunte Projecten BV uit Ede.